Je verkoopt een mooie machine, levert hem netjes af en gaat door naar de volgende order. Logisch, want daar doe je het voor. Maar in de jaren daarna belt diezelfde klant voor onderdelen, onderhoud en reparaties. En precies daar loopt het vaak stroef. Geen artikelnummer op het onderdeel, een servicedesk die om vijf uur dichtgaat, en een klant die zit te wachten.
In die after-sales zit meer geld dan de meeste machinebouwers denken. In deze blog vertelt Robert Geenen hoe je die winst binnenhaalt door je klant zichzelf te laten helpen.
De verkoop van een machine is eenmalig. De onderdelen, het onderhoud en de service daarna lopen nog jaren door. Toch zie ik dat veel machinebouwers dat deel als bijzaak behandelen.
Zonde, want juist daar kán veel marge zitten. In een analyse van McKinsey over dertig sectoren lag de winstmarge op after-sales gemiddeld op 25 procent, tegenover 10 procent op nieuwe machines. Dat deel van je bedrijf is stabiel, winstgevend en het houdt je klanten aan je verbonden.
Ook zakelijk verschuift de verwachting richting selfservice. Gartner ziet dat een ruime meerderheid van de zakelijke kopers het liefst koopt zonder tussenkomst van een verkoper. Datzelfde gemak dat je thuis 's avonds bij een online bestelling gewend bent, verwacht je klant nu ook van jou.
Belangrijk daarbij is de nuance. Een standaard slijtagedeel regelt een klant het liefst zelf, snel en zonder te bellen. Maar bij een storing, of bij een onderdeel waarvan hij niet zeker weet welk exemplaar hij nodig heeft, spreekt hij liever iemand. Goede selfservice pakt dus het routinewerk, en houdt je mensen vrij voor de uitzonderingen.
Toch belandt een klant die 's avonds een onderdeel nodig heeft bij veel bedrijven in een wachtstand. Hij mailt en hoopt op antwoord. Elke keer dat bestellen te veel moeite kost, haakt hij af, bestelt hij minder of stapt hij over naar een ander.
Een goed klantportaal draait dat om. Je klant logt in en vindt alles rond zijn machine op één plek. Hij bestelt onderdelen, vraagt een offerte aan, bekijkt zijn facturen en ziet de voorraad en de levertijd. Ook de communicatie met je serviceafdeling staat er netjes bij elkaar. Dag en nacht.
Zo ontzorg je je klant en haal je druk weg bij je helpdesk. De telefoon houd je vrij voor het echte noodgeval.
Maar hoe weet zo'n portaal dan welk onderdeel bij een klant past? Dat zit in de koppeling. Een sparepartsportal hangt aan je ERP en je stuklijsten. Zoekt een klant op zijn machine- of serienummer, dan ziet hij alleen de onderdelen die in zijn machine zitten, in de juiste uitvoering en met de actuele prijs en voorraad. Geen lijst met duizend varianten, maar de onderdelen van zíjn machine. Dat scheelt zoekwerk en verkeerde bestellingen.
Vindt een klant zo snel het juiste onderdeel, dan zoekt hij niet ergens anders verder. Klanten kiezen namelijk lang niet altijd de goedkoopste leverancier. Ze kiezen de leverancier bij wie het goed geregeld is.
Benieuwd hoeveel ruimte er in jouw after-sales zit? Reken het eens grof door.
Neem een serviceafdeling die 40 onderdeelvragen per week binnenkrijgt, elk goed voor zo'n 10 minuten uitzoeken. Dat is bijna 7 uur per week, en ruim 340 uur per jaar. Alleen aan het opzoeken van onderdelen. Tel daar de verkeerde leveringen bij op, met retour, opnieuw versturen en een klant die ondertussen stilstaat, en het loopt snel op. Dit is een voorbeeld en geen meting, dus vul vooral je eigen getallen in.
Doe de som voor je eigen situatie met deze vragen.
Tel het bij elkaar op en je ziet snel waar de winst ligt.
Je hoeft niet je hele machinepark in één keer om te zetten. Begin bij één machinetype of één stap in je proces. Zorg dat de koppeling met je systemen klopt, en bouw van daaruit verder. De software groeit modulair met je mee.
De rode draad blijft hetzelfde. Denk vanuit je klant die zichzelf redt. Zo creëer je ruimte voor minder fouten, minder druk op je serviceafdeling en meer omzet uit je onderdelen.
Meer weten over de stap naar een klantportaal? Lees de whitepaper, waarin ik het hele verhaal uitwerk.
Loop je hier zelf tegenaan? Neem contact op, dan denk ik met je mee.
Liever teruggebeld worden?